BIDPRENTJES

Bidprentjes zijn prentjes die binnen het katholieke geloof uitgedeeld worden ter herinnering aan een bepaalde kerkelijke (levens)gebeurtenis (doopsel, communie, huwelijk, maar vooral bij een overlijden). De bidprentjes voor overledenen (ook wel doodsprentjes genoemd) zijn bedoeld om de nagedachtenis van de overledene levend te houden en mensen op te roepen om te bidden voor zijn/haar ziel.

De oudste prentjes dateren uit het einde van de zeventiende eeuw en zijn gemaakt voor geestelijken of andere aanzienlijke personen. In de loop van de negentiende eeuw werd het gebruik van bidprentjes gemeengoed in katholieke kring en ook nu nog worden bidprentjes uitgegeven.

De voorkant van een bidprentje bestaat van oudsher uit een religieuze voorstelling, bijvoorbeeld een afbeelding van Maria, Jezus of een heilige. Later werd ook wel voor een portret(foto) gekozen van de hoofdpersoon. Op de achterkant van het bidprentje staan gegevens over de persoon waarvoor het prentje is opgemaakt. Dit kunnen gegevens zijn die vaak elders niet te vinden zijn. Aanvankelijk vermeldden de bidprentjes vaak alleen namen en informatie over geboorte en overlijden van de hoofdpersoon. Later verschenen er uitgebreidere biografische beschrijvingen. Hierin kun je bijvoorbeeld informatie vinden over eventuele (kerkelijke) onderscheidingen, functies, missiewerk en kerkelijke jubilea. Het prentje bevat vaak ook een oproep tot gebed of een Bijbelse tekst.

BALLET THOMAS

Thomas is geboren in 1655, waarschijnlijk in Alken. De juiste datum hebben we nog niet kunnen achterhalen.

Hij huwt op 19 april 1678, hij is dan vooraan in de dertig, met Maria Catharina Van Russelt.

16780419 - HA

Onderaan staat het huwelijk van Thomas Ballet met Maria Van Russelt.

Zij krijgen negen kinderen, 5 jongens (Philippus, Egidius, Gisbertus, Wilhelmus en Joannes) en 4 meisjes (Elisabeth, Christina, Gertrudis en Maria). Merkwaardig is dat Gertrudis en Maria een tweeling is die op 15 december 1695 het daglicht zien en dat exact 5 jaar later op 15 december 1700 het nakomertje Joannes geboren wordt. Ook ongewoon voor die tijd is dat de tweeling in leven blijft.

Hij overlijdt op 9 augustus 1723 in Alken. Nog geen twee maand later, op 20 september overlijdt zijn Maria.

17230809 - OA

Zijn overlijden staat onderaan.

OPPUM

Gehucht van de gemeente Herk-de-Stad, bereikbaar vanuit de binnenstad via de Oppemse poort, als deel van de stadsomwalling.

Oppumse poort

Oppemse  of Sint-Truiderpoort

De wijk lag oorspronkelijk tussen de weg naar Stevoort en de weg naar Sint-Truiden, tussen Herk-de-Stad en Schakkebroek.

1777 - Ferraris

1777 – Ferrariskaart

Vandaag ligt de wijk Oppum ten westen van de Sint-Truidersteenweg. Zie voor de huidige ligging hier

DE WINNING VAN DE KATTEZWANS

Wat is een winning?

  1. het winnen
  2. plaats waar gewonnen wordt en dan gaat het meestal over een delfstof (aardgaswinning, steenkoolwinning,…)
  3. pachthoeve

Het is in deze laatste betekenis dat de Kattezwans gebruikt wordt.

Begin 20ste eeuw huurde de familie Bielen-Vandersmissen de hoeve van een Brusselse eigenares: Hubertine Henriette Thérèse Félicité, baronne de Cécil. Zij was de echtgenote van Jean François de Géradon. Na haar overlijden in 1907 kwam de winning in het bezit van haar dochter Louise Charlotte Marguérite de Géradon die einde 1913 de hoeve te koop zette. De zoon Bielen kocht het goed: Frederic Joseph Bielen, samen met zijn echtgenote Stephanie Franssens.

In de toenmalige akte werd het bezit als volgt beschreven: eene winning met toebehoorten, tuin, vyver, schaapsweide, boomgaard, bouwland en bosch; groot samen twee hectaren vyf en zestig aren zestig centiaren, ter plaatse genoemd “Achter de Kattezwans …                      

De akte werd verleden voor notaris Goetsbloets in Hasselt op 17 februari 1914.

De kleinzoon van deze Jozef Bielen  woont nog steeds op de Kattezwans: Ivan Vanschoenbeek.

Hieronder een deelkaart van het primitief kadaster van Herk-de-Stad, waar de Kattezwans terug te vinden is van het nummer 429 tot en met 441 (zie rode pijl). De kaart dateert uit ca. 1844. Toen was Willem Arnold Marie Briers, zoon van Gerard Gaspar Arnold en Maria Margaretha Roelants, de eigenaar. De familie de Cécil en de familie Briers zijn met elkaar verwant en daarom is er een sterk vermoeden (geen bewijs!) dat de Brusselse barones door erfenis in het bezit kwam van de Kattezwans.

sectie D 2de blad Diepenpoel met pijl

 

In het “Aenkondigingsblad der provincie Limburg” van 4 juli 1914 lezen we dat notaris Van der Smissen uit Lummen op 6 juli 1914 “gras en nagras” zal verkopen o.a. afkomstig van de winning van de Kattezwans (zie de link hieronder)

19140704 – Aankondigingsblad der provincie Limburg

Urbaan De Bruyn herinnert zich de Kattezwans nog als volgt:

“Haast elke zondag ging ik met een kruikje er melk halen. Net na de oorlog ging tante Paula (Paula De Bruyn) er met een ijzeren mandje een 20-tal eieren halen. In de omgeving en ook bij de familie De Bruyn-Bielen waren er toen Canadezen ingekwartierd. Een paar jonge, frisse Canadezen in een open jeep, stopten naast haar “en vroegen haar iets”, zei ze later tegen Bonneke (Elvier Bielen). Aangezien ze maar één woord Engels sprak, zei ze “yes”. Prompt leende de jongemannen haar korfje even en vervingen de eieren door repen chocola, ‘sjikken’ en een blikje cornedbeef!

Toen pa (Jozef De Bruyn) in 1937 zijn lmperia kocht en nog geen garage had, werd de auto daar in de schuur gestald. Dat was telkens toch zo’n anderhalve kilometer te voet gaan om de auto te gaan halen!”